Op 25 maart vond het tweede jaarlijkse PANN-debat plaats. Dit jaar georganiseerd in samenwerking met stichting choice for youth and sexuality, een organisatie die zich inzet voor de ‘seksuele en reproductive’ rechten van jongeren. Onderwerp van het debat was in hoeverre openlijke afkeer van homoseksualiteit mogelijk zou mogen zijn.
Het thema, het tonen van openlijke afkeer van homoseksualiteit, werd aan de hand van het onderstaande drietal stellingen besproken. Vaak terugkerende overwegingen waren: hoe ver de vrijheid van meningsuiting kan gaan, en in hoeverre het recht tot beledigen bestaat.
Het is 6 april 2009 als op de School met de Bijbel, een christelijke basisschool in het Gelderse Emst een docent het volgende aan z’n collega’s verteld dat hij “ - na een lange periode van inwendige worsteling rond zijn geaardheid - zijn vriend en partner heeft ontmoet en dat ze het voornemen hebben voortaan samen door het leven te gaan en daar ook openlijk voor uit te komen.”. En dat ze “ Vanuit hun geloofsbeleving” voor elkaar gekozen hebben.
Zowel hijzelf als het bestuur van de christelijke basisschool zien echter in dat “de geaardheid van de docent op gespannen voet staat met de grondslag en doelstellingen van de school en dat zijn dienstverband daarom niet kan worden voortgezet”. Nog dezelfde dag wordt de docent op non-actief gesteld en gaat hij met het schoolbestuur in gesprek over hoe het nu verder gaat. De ouders worden twee weken later per brief ingelicht, en gevraagd om respectvol met de situatie om te gaan en zelf eventueel hun kinderen in te lichten.
Al snel komt het incident echter landelijk in het nieuws, en wakkert het de discussies over vrijheid van godsdienst en onderwijs weer aan.
Dus, mag een school z’n eigen homobeleid bepalen, en iets dergelijks van werknemers verlangen?
Het grootste gedeelte van de aanwezigen geven aan het er oneens mee te zijn.
Zij wijzen er voornamelijk op dat een verbod op discriminatie in de grondwet opgenomen is, en “geloof niet boven de grondwet mag gaan”. Voorstanders van de stelling wijzen er daarentegen op dat de docent (en de kinderen/ouders) vantevoren hadden kunnen en moeten weten dat de school deze levensovertuiginge uitdraagt. En als ze het daar niet mee eens zijn hadden ze ook elders naar school kunnen gaan.
Probleem in de discussie was wel dat de definitie van “homobeleid” op veel verschillende manieren op te vatten is.
Sinds 1985 heeft Utrecht een ‘Gay volleybalvereniging’, VLERK (Vlechten Los En Rennen Kreng). Haar leden, op het moment een stuk of dertig, bestaan vooral uit homoseksuele mannen. “Maar we hebben ook een hetero als lid”, verzekert Bas, van VLERK, die de tweede stelling inluidt ons. Behalve VLERK zijn er nog tientallen andere homosportverenigingen in Nederland, hun sportaanbod verschilt van vissen tot Squash. “Waarin homosportverenigingen verschillen van ‘gewone’ sportclubs?”, vraagt men zich af. Bas legt uit: dat dat niet in de sportbeoefening zit, ook homoverenigingen sporten op ieder niveau; en doen mee in zowel homo- als algemene competities. Het verschil is wel dat je je bij een homosportvereniging geen homo hoeft te voelen. Vaak val je als homo in een sportvereniging toch wel op, het blijft een issue. Niet per se op een negatieve manier, maar je wordt er wel steeds aan herinnerd. Bij een homosportvereniging is dat niet zo, je voelt je er geen homo.
De zaal blijkt erg verdeeld te zijn over deze stelling. Voorstanders (van de stelling) roepen dat homosportclubs leiden tot minder contact met de buitenwereld (hetero’s). Gevolg daarvan is minder zichtbaarheid, en dat kan weer leiden tot minder tolerantie. Tegenstanders zeggen dat dit wel meevalt.
“Maar geldt dit dan ook niet voor PANN?, vergroten feesten als PANN dan niet ook de kloof tussen homo en hetero?”, vragen tegenstanders. Het voorkamp moet toegeven dat dit eigenlijk wel zo is, maar dat ze toch nog wel naar PANN zullen gaan.
Rest ons de vraag of homosportverenigingen dan ook leden mogen weigeren wiens (heteroseksuele) levenstijl op gespannen voet staat met de grondslag en doelstellingen van de vereniging….?
Het is oktober 2009 als het Vlaamse weekblad Dag Allemaal meldt dat Emiel Ratelband tijdens een interview gezegd heeft homoseksualiteit een ziekte te vinden. Een ziekte die volgens hem echter wel te genezen is. “Homoseksualiteit is gewoon een (…) seksverslaving. Die ook als dusdanig benaderd dient te worden. Zelfdiscipline is daarbij het sleutelwoord. Als de hele wereld die aandoening maar blijft gedogen? Komaan zeg, je hoeft toch niet gestudeerd te hebben om te weten dat zo'n houding indruist tegen alles wat we weten over de natuur. Het goedkeuren van homofilie toont aan hoezeer we naar de verkeerde kant aan het schuiven zijn.”, zou Emiel gezegd hebben.
Emiel ontkent zelf dit gezegd te hebben en overweeg gerechtelijkse stappen tegen het blad. Dag Allemaal is al vaker negatief in het nieuws gekomen, zo zouden ze gedreigd hebben “roddels” af te drukken over personen die niet willen meewerken aan interviews. De redactie bleef echter bij haar standpunt en beweerde zelfs bandopnamen van Emiel te hebben. Bandopnamen die ze, ondanks het verzoek van Emiel, tot op de dag van vandaag weigeren vrij te geven.
Waar of niet, het verhaal zorgde weer eens voor veel opschudding. En als snel werd de rechter er weer bijgehaald. Deze keer was het een PvdA-raadslid uit Amsterdam die over aangifte begon. Uiteindelijk zou het zo’n vaart echter niet lopen. Emile ging in gesprek met Wouter Neerings (voorzitter COC Nederland), en bood in een gezamelijk verklaring zijn excuses aan voor de uitspraken die hij gedaan zou hebben. En om te laten zien dat hij het allemaal ook echt meende werd hij ook meteen voor € 42,50 per jaar lid van het COC.
Twee maanden later zou de paus zich in zijn nieuwsjaarstoespraak kwetsend uitlaten over homo’s, en begon de discussie weer opnieuw. De paus werd echter geen COC-lid.
Ook over de laatste stelling was het publiek erg verdeeld. De vraag is natuurlijk hoe ver vrijheid van meningsuiting mag gaan, en of je bewust mensen mag kwetsen. Sommigen vinden dat dit wel kan, mits het bijdraagt aan de maatschappelijke discussie. Excessen (bv. scheldpartijen) moeten echter tegengegaan worden. Een aanwezig raadslid voor Trots op Nederland verwoorde wederom het voor-kamp met haar treffende catchphrase “Mijn vrijheid houdt op waar ik jouw in je vrijheid beperk”.
En daarmee kwam de avond ten einde.
Deze avond werd georganiseerd door een speciale commissie binnen PANN: de MaCo (oftewel de maatschappelijke commissie). Deze groep PANN'ers heeft zichzelf tot doel gesteld: de maatschappelijke positie van homoseksuele jongeren, ouderen en allochtonen tijdens hun dagelijkse bezigheden te verbeteren.
Dit kunnen we niet alleen. Daarom vragen we regelmatig andere organisaties om met ons samen te werken. Denk hierbij aan het COC, Expreszo, en zeker ook de politiek. Maar we doen ook een beroep op jou!
Wil je zelf een bijdrage leveren en de MaCo komen versterken? Geef je dan op via vrijwilligers@pann.nl.
Ivan Henczyk
(tips, opmerkingen over dit artikel? Ivan@pann.nl)